zondag 24 januari 2021
De tocht van Gierplateau naar Haven, bij Raadsplateau, is lang en voor beginnende vliegeniers niet eenvoudig. Er moesten vlaggen geleerd worden, vuurtorens gespot, lucht-jellies vermeden en het leger niet voor de voeten gelopen. Maar het is gelukt, de haven van Haven is in zicht…
Het eerste verslag van Dadmic Windforge als bemanningslid van het luchtschip de LAME als medewerker van het bedrijf L.A.M.E.
De eerste opdracht die kapitein Roos heeft ontvangen is het ophalen van twintig varkens op het gierplateau. De twintig varkens binnenhalen ging redelijk soepel. Deze varkens moeten binnen dertig dagen bezorgd worden bij de klant in Raadsheuvel.
Vanuit Gierplateau werd ons verteld om naar het zuidoosten te varen. Daar zouden we de eerste vuurtoren tegenkomen die ons verder de route zou wijzen. Dat zou ongeveer vijf dagen vliegen zijn.
Na vijf dagen vliegen zagen we in de verte een eenzame toren staan. Deze toren had op drie punten vlaggen bevestigd.
De gele vlag wees naar het noordwesten, de kant waar wij vandaan kwamen. Er wees ook nog een vlag naar het Zuid-west-westen. Deze was groen van kleur. Daarnaast was er nog een vlag die naar het zuidoosten wees die voor de helft rood en voor de helft wit was. Volgens de vuurtorenwachter zouden wij de roodwitte vlag moeten volgen om op Raadsheuvel aan te komen. De volgende vuurtoren zou ook weer ongeveer 5 a 6 dagen vliegen zijn.
Na een aantal dagen kwam de tweede vuurtoren in zicht. Deze vuurtoren had ook weer een aantal vlaggen op de toren gehangen. Weer een gele, groene en een rood-witte vlag. De gele vlag op ongeveer de richting waar wij vandaan kwamen. De groene vlag was nu wel een stuk naar het westen opgeschoven. We hadden nog steeds niet echt een idee naar welk doel de groene vlag zou wijzen, maar dat zou zichzelf wel uitwijzen. De vuurtorenwachter hier waarschuwde voor de snel opkomende mist en hoopte dat wij voldoende materialen hadden om de boot vloeistofdicht af te sluiten. Daar was hij zelf ook mee bezig. Dat vonden we maar gek.
Tijdens de reis van de tweede naar de derde vuurtoren hadden we wind mee. Daardoor zouden we sneller bij de derde vuurtoren arriveren dan onze kapitein oorspronkelijk had verwacht. Die zal nog ver komen denk ik. Tijdens het varen kwamen we op een gegeven moment wel in de mist en de bijbehorende gekke regen. Het mechanische aapje van Jan kon ons daar na een grondige herconfiguratie meer over vertellen. Blijkbaar zitten er in de mist vliegende kwallen (lucht-jellies), en wanneer die zich niet helemaal comfortabel voelen produceren ze een naar goedje, wat als regen naar beneden komt. Door gezamenlijk het schip hierop voor te bereiden, zijn we geen bemanningsleden hieraan kwijtgeraakt.
Op het moment dat we bij de derde vuurtoren aankwamen kreeg onze navigator weer een aantal vraagtekens op zijn voorhoofd. Er was een witte vlag die recht naar het noorden wees, een rode vlag die naar het noordoost-oosten wees, een zwarte vlag met oranje rand die naar het westen wees en een geelgroene vlag die naar het zuidwesten wees. Wat moesten we daar nou weer van maken.
Al snel kwamen we een aantal militaire schepen tegen, waarvan een bemanningslid van een van de schepen boos naar ons begon te schreeuwen en te gebaren. Blijkbaar betekent de zwarte vlag met oranje band dat er monsters op die route zitten en in dit geval bleken dat zeven Griffioenen te zijn. Op een van de andere militaire schepen waren ze bezig om een paard onder het schip te hangen als een soort aas voor de griffioenen. Je kon zien dat deze militairen vaker met griffioenen vochten, zo snel als dat ze wonnen.
Daarna, of daarvoor, kwam een militair aan boord van de Crebba. Zijn uitdrukking was eigenlijk het hele gesprek hetzelfde, hij was teleurgesteld en tegelijkertijd onder de indruk dat we al zover gekomen waren, terwijl we eigenlijk geen idee hadden wat we aan het doen waren. Daarom hebben we van hem een aantal boekjes gekregen, waaronder: “Mijn papa gaat varen” & “Vlagsignalen”
